Tweehonderd jaar lang oefenden militairen op de Utrechtse Heuvelrug, een bos- en heidegebied dat strategisch is gelegen in het midden van ons land. Deze lange militaire aanwezigheid heeft een uniek landschap opgeleverd met sporen uit diverse periodes. Vanwege het einde van de Koude Oorlog stoot Defensie enkele terreinen af, die daardoor openbaar toegankelijk worden. Eén van die terreinen is de Jessurunkamp, die ingeklemd ligt tussen gesloten bossen en het open stuifzandgebied van de Lange Duinen. De provincie Utrecht verlangde voor dit terrein een nieuwe recreatieve functie, met behoud van de cultuurhistorische waarde. Het ontwerp moest afgestemd worden op het plan voor de eveneens afgestoten vliegbasis Soesterberg. Bovendien diende het te worden ingepast in het nieuwe provinciale programma ‘Heel de Heuvelrug’, met als speerpunten: recreatie, natuur en cultuurhistorie.
De Jessurunkamp draagt allerlei mogelijkheden in zich om natuur, recreatie en cultuurgeschiedenis met elkaar te verbinden. Op het terrein staan bunkers en andere militaire gebouwen, zoals een bijzondere parachute-toren. In de huidige inrichting worden die deels afgeschermd door ondoordringbaar naaldbos, dat ook nog eens door hekken in segmenten is verdeeld. De hekken zijn in het ontwerp verwijderd en het bos is deels uitgedund en deels gekapt. Een volgende stap in het openstellen van de bunkers is het afzagen van de muren op een hoogte van 1,7 meter. Bezoekers krijgen zo zicht op het interieur van de militaire gebouwen. Bovendien raken de bunkers geïntegreerd in hun ecologische omgeving, aangezien zowel planten als dieren er gaandeweg hun plek in zullen vinden. Omdat het naaldbos gedeeltelijk gekapt wordt, kunnen de Lange Duinen zich uitbreiden. Een aantal bunkers komt in open ruimte te liggen, waar de wind vrij spel heeft. Het stuifzand zorgt dan voor de inbedding in het landschap.
Aan de randen van het terrein worden entrees gemaakt, met paden die enkele meters het terrein opleiden, maar dan in de omgeving oplossen. Bezoekers worden als het ware ‘losgelaten’ om zelf hun weg te vinden. Het einde van de paden is strategisch gekozen: daar waar uitzicht is op bunkers. Dit nodigt wandelaars uit om de gebouwen zelf te verkennen. Het ontwerp voorziet ook in fietsroutes, die aangesloten kunnen worden op het regionale fietsnetwerk