Het RijnWaalpad tussen Arnhem en Nijmegen loopt door afwisselende landschappen. De nieuwe snelfietsroute volgt bestaande wegen en viaducten en bestaat deels uit nieuwe paden door modderige weilanden. De variatie van de weg hoeft niet ontworpen te worden: het rivierlandschap doet haar werk. De uitdaging is om eenheid en herkenbaarheid in de nieuwe route aan te brengen en tegelijkertijd de diversiteit in het landschap te benutten.
De afgelopen jaren is zowel het aantal als de diversiteit aan fietsers toegenomen. De verschillende gebruikers – racefietsers, recreatiefietsers, bakfietsers, 50+-fietsers – doen de druk op het fietspadennetwerk toenemen. Soms leidt dat tot conflicten of ongelukken. Het ontwerp van de snelfietsroute biedt een antwoord op dit vraagstuk. De route voorziet in de behoeften van verschillende typen fietsers. De frequentie van de voorzieningen – ofwel pitstops – wordt afgestemd op het gebruik. Deze benadering is vergelijkbaar met de structuur van autosnelwegen, die volgens een vaste frequentie van hectometerpalen, lichtmasten en tankstations zijn voorzien.
Het pitstopprincipe speelt optimaal in op het gebruik en op de omgeving. De route biedt bij een fietssnelheid van achttien km/uur om de 3,6 km een rustmoment. Rustplekken – ofwel ‘pleisterplaatsen’ - krijgen afhankelijk van hun context een verschillende invulling. Op een brug kan de rustplek verrijkt worden met een uitzichtplatform, op een plek met cultuurhistorische of landschappelijke waarde wordt de pleisterplaats voorzien van informatieborden. Daar waar verschillende voorzieningen bijeenkomen, ontstaan bijzondere pitstops. Zo bevindt zich in het open landschap de zogenaamde RijnWaal Folie: een voorziening met toilet, frisautomaat, omgevingsinformatie, EHBO-box en fietspompen.
Om snelle fietsers te laten passeren, heeft de route om de 600 meter (circa twee minuten fietsen) een passeerstrook. Elke 1,8 km (veertien minuten lopen) bevindt zich een reparatiekit, waar lekke banden kunnen worden geplakt en opgepompt. Deze plaatsen zijn tevens voorzien van een EHBO-doos. De route wordt verlicht door lichtmasten met LED-verlichting, geplaatst op twintig meter afstand van elkaar.
Langs de volledige route wordt een antraciet betonnen opsluitband aangebracht. De band wisselt bij verschillende pitstops van gedaante: ze neemt de vorm aan van een zitgelegenheid, een reparatiekit of – bij de RijnWaal Folie – een gebouw. Ondanks deze transformaties vormt de betonnen band een herkenbaar element, dat de route continuïteit verleent.
In dit ontwerp is de CROW-normering voor snelfietsroutes als uitgangspunt aangehouden. De pitstops zijn vandalismebestendig: permanent toezicht is daarom niet nodig. Het ontwerp kan gefaseerd worden uitgevoerd en is naar behoefte uit te breiden in de toekomst. Een aantal pitstops is in detail uitgewerkt.